1872
Mondriaan doet een aanvraag naar een koninklijk stipendium voor zijn studie. Deze krijgt hij toegewezen door Koningin Emma en hoeft hierdoor twee jaar lang geen studiegeld te betalen. Ook haalt Mondriaan zijn akte M.O. Handtekenen en Perspectief.
Hij verhuist naar Amsterdam en trekt in bij een kennis van zijn ouders, de familie Wormser, aan de Kalverstraat.
Aan de Rijksacademie wordt hij toegelaten, een van zijn docenten hier is August Allebé. Tevens wordt hij lid van het Genootschap Kunstliefde in Utrecht, waar hij tot 1909 regelmatig zal exposeren.
In dit jaar heeft hij hier een tentoonstelling waar hij o.a. het werk 'Kan met Uijen' presenteert.